bankje, tutoyeren, ontmoeting, kennismaken, kat, utrecht

Zeg maar Lana hoor; tutoyeren in 1949

Reacties 6

Misschien ben ik raar en ouderwets maar ik vind het geen probleem om met u aangesproken te worden en ik vind dat dat best wat meer terug mag komen. Ik voel me niet oud als iemand u zegt, als de situatie daar bij past voelt het voor mij als respect. Toen ik gisteren door mijn collectie Libelles uit 1949 aan het bladeren was, je moet toch wat als je in de speeltuin zit, viel mij een verhaaltje op dat er op gericht was jongedames etiquette te leren over tutoyeren. Ik mag dan geen problemen hebben met u maar om mezelf nou te gaan voorstellen als mevrouw van Leeuwen…

Dit kostelijke verhaaltje is er een in een reeks waar de wereldwijze getrouwde vrouw Dini de iets jongere Tineke wereldwijs maakt in de grote stad. Enjoy!

Tineke Brans was maar wat blij, toen ze, kort na haar vestiging in de stad zo’n aardige vriendin vond in een jonggetrouwd vrouwtje, twee jaar ouder dan zij. Dini maakte haar wegwijs en hielp haar uit haar vele puzzels zonder ooit neerbuigend te doen. Kon Tineke ’t ook helpen, dat zij op een dorp was opgevoed bij een tante, die weduwe was en tamelijk teruggetrokken leefde?

“Zie je,” zei ze tegen Dini, ” daar heb je nu bijvoorbeeld die kwestie van al of niet bij de naam noemen, nadat je aan elkaar bent voorgesteld. Daar heb ik nu niets geen gevoel voor, hoe je dat nu eigenlijk doen moet of niet doen moet. Bij ons kende iedereen iedereen van zijn geboorte af, en dat ging allemaal vanzelf. Maar nu ik hier een baan heb en bij deze en gene aan huis kom, doen zich telkens van die problemen voor. Ik wil geen stijf Trientje-van-buiten lijken, dat niet durft, maar ook geen lomp Trientje, dat maar raak doet!”

“Nou ik kan niet zeggen, dat ik een van beide ooit bepaald in je gezien heb!” lachte Dini. “Maar je bent nu eenmaal een grensgeval: goed twintig, dus net oud genoeg om niet meer zo gul te hoeven zijn met”zeg maar Tineke”.Je kunt een beetje gaan schiften en kiezen…. O, wat kijk je weer bedenkelijk! Waar zit je nu precies mee?”

“Met alles!” riep Tineke wanhopig. “Met jongelui bijvoorbeeld. En met oudere dames die nog niet zo erg oud zijn. En zelfs met meisjes van mijn eigen leeftijd. Moet ik er nu mee beginnen of moet ik wachten tot zij ’t zeggen omdat ik hier vreemd ben?”

“Geen gedrang!” verzocht Dini lachend. “Allemaal op de beurt. Jongelui. Hm. Je weet natuurlijk, dat jij in dat geval altijd degene bent, die ’t zeggen moet. Sommigen komen zelf al meteen met hun” ik ben Henk, hoor”, maar dat is fout. ’t Moet van jou uitgaan.

Bij oppervlakkige kennismakingen met mensen, die je denkelijk nooit meer terugziet, hoef je natuurlijk helemaal niets te zeggen; bij meisjes dan evenmin. Maar zou je bijvoorbeeld bij ons een goede huisvriend ontmoeten, die je nog heel vaak zien zult, dan kun je de eerste keer bij het weggaan, of de tweede keer bij het begroeten zeggen: “zullen we elkaar maar bij de naam noemen?” of “ik heet Tine”, Je kunt echter ook langer wachten. Met ’n nieuwe gast in je pension of zo iemand ben je natuurlijk terughoudender dan met ’n vriend van vrienden.

Doet op een fuifje iedereen het, nou dan doe je ook maar mee, daar ben je nog jong genoeg voor ten slotte. En met jonge meisjes, met wie je veel te maken zult krijgen of die je aardig vindt, wacht je ook niet te lang, behalve als ze ’n stukje ouder zijn, dan zullen ze ’t zelf wel zeggen. Ook bij jonge getrouwde vrouwen hoor je te wachten tot zij ’t zeggen.”

“Ja en hoe moet dat dan weer met die mannen daarvan?” Vroeg Tineke benauwd. “Heel eenvoudig. Ga je met zo’n vrouw, die je bij de naam noemt, alleen zakelijk om, of in ’n vereniging of zo, dan blijf je tegen haar man, als je hem eens toevallig ontmoet, gewoon “mijnheer Jansen” zeggen. Is het echter een vriendschapsverhouding en kom je er aan huis, dan vraag je de eerste of tweede keer aan haar man je bij de naam te noemen; maar dat doe je steeds op een ogenblik dat zij er bij is. Die regel volg ik zelf ook. Op de naaiclub noemen we elkaar allemaal bij de naam. Maar als ik nu bijvoorbeeld Else van Dam’s man bij de eerste gelegenheid Jan ga noemen, dan dwing ik Else om zich door mijn man, die ze nauwelijks kent, ook te laten tutoyeren; en ik dwing de mannen weer om elkaar te tutoyeren, wat ze misschien helemaal niet leuk vinden.

Dan nog wat Tineke. Er is een ding dat je nooit moet doen: een getrouwde man, wiens vrouw je nog niet kent, bij de naam gaan noemen, ook al heb je vaak met hem te maken. Daar wordt tegenwoordig zo nauw niet op gekeken, maar het blijft heel onhebbelijk tegenover de vrouw in kwestie…. Wat was er nog meer! Ah de oudere dames! Zijn ze werkelijk oud, en hetzelfde geldt van oude heren, dan kun je altijd veilig vragen: “wilt u alstublieft maar Tineke zeggen?” Maar is een dame bijvoorbeeld veertig, dan moet je niet denken, daarmee extra beleefd te zijn! Want dan leg je de nadruk op het grote leeftijdsverschil, en vindt ze dat niet leuk, dan zal ze antwoorden: “noem mij dan ook Marianne”, of zoiets! En dan heb jij tenslotte het initiatief genomen voor het tutoyeren, wat fout is. Nog meer op je hart?”

“Voor vandaag niet, dank je wel. Maar over een paar weken moet ik naar een vrij plechtig diner. Dan kun je weer plezier van me beleven!”

Ik moet zeggen dat ik blij ben dat het niet meer zo ingewikkeld is tegenwoordig! Zouden jullie het leuk vinden om meer van dit soort dingen over etiquette te lezen?

 

6 reacties

Leave a Reply


CommentLuv badge

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.